De belasting als bedoeld in artikel 2 bedraagt per jaar:
1. voor een perceel dat in hoofdzaak tot woning dient: € 165,36;
2. voor een perceel dat niet of niet in hoofdzaak tot woning dient, voor elke toegevoerde of opgepompte volle eenheid van 500 kubieke meters leiding- of grondwater:
a. € 165,36 voor de eerste 500 m³;
b. € 149,19 per eenheid boven de 500 m³ tot en met 2.500 m³;
c. € 131,67 per eenheid boven de 2.500 m³ tot en met 10.000 m³;
d. € 110,50 per eenheid boven de 10.000 m³ tot en met 50.000 m³;
e. € 96,68 per eenheid boven de 50.000 m³ tot en met 100.000 m³;
f. € 79,20 per eenheid boven de 100.000 m³ tot en met 250.000 m³;
g. € 66,31 per eenheid boven de 250.000 m³ tot en met 500.000 m³;
h. € 52,48 per eenheid boven de 500.000 m³;
3. voor een perceel dat enkel regenwater afvoert: 0,15% van de WOZ-waarde, met een maximum van € 165,36.
4. Als sprake is van een veehouderijbedrijf, met of zonder woongedeelte, wordt het tarief als bedoeld in lid 2 berekend naar maximaal 500 kubieke meters toegevoerd of opgepompt leiding- of grondwater.
5. Voor de berekening van de belasting geldt een gedeelte van een kubieke meter voor een volle kubieke meter.
6. Belastingbedragen tot € 10,00 per object worden niet ingevorderd.