Dit artikel verstaat onder:
iepeziekte: de aantasting van iepen door de schimmel
Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn Ceratocystis ulmi
(Buism.) C. Moreau);
iepespintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium,
behorende tot de soorten Scolytus acolytus (F ) en Scolytus
multistriatus (Marsch)
Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar het
oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren van verspreiding van
de iepeziekte of voor vermeerdering van de iepespintkevers, is
rechthebbende, indien hij daartoe door het bevoegd gezag is
aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen
termijn:
indien de iepen in de grond deze te vellen;
de iepen te ontbasten en de bast te vernietigen;
de niet ontbaste iepen of delen daarvan te vernietigen of
zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepeziekte
wordt voorkomen.
het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of
in voorraad te hebben of te vervoeren;
het verbod is niet van toepassing op geheel ontbast iepehout
en op iepehout met een doorsnede kleiner dan 4 centimeter;
het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het onder a.
van dit lid gestelde verbod,.
Het niet voldoen aan de in het tweede lid bedoelde aanschrijving
biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de
noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en voor rekening van
aangeschrevene, door of namens het bevoegd gezag kunnen worden
verricht,.