Degene aan wie een voorschrift als bedoeld in artikel 6, eerste lid,
of in artikel 8, eerste of tweede lid, is gegeven, onderscheidenlijk
een verplichting als bedoeld in artikel 9 is opgelegd, alsmede diens
rechtsopvolger, is gehouden dienovereenkomstig te handelen.
Hij die handelt in strijd met artikel 2, eerste lid, danwel bedoeld
in het vorige lid niet nakomt, wordt gestraft met hechtenis van ten
hoogste drie maanden of geldboete van de derde categorie. Tevens kan
een rechterlijke veroordeling op grond van dit artikel openbaar
gemaakt worden. Bij de strafmaatbepaling kan rekening worden
gehouden met de boomwaarde.