1. Een politiek ambtsdrager is zich voortdurend bewust van zijn positie
ten opzichte van zijn omgeving. Als hij (met inachtneming van lid 2 en
3) geschenken aanneemt, aanbiedingen of uitnodigingen aanvaardt, zal hij
te allen tijde voorkomen dat zijn onafhankelijke positie daardoor wordt
beïnvloed of de schijn daarvan wordt gewekt.
2. Aanbiedingen en uitnodigingen kunnen door bestuurders worden gemeld
in het college en door raadsleden het presidium. Bestuurders en
raadsleden betrekken bij hun beslissing het standpunt van
respectievelijk college of het presidium.
3. Als een bestuurder of raadslid twijfelt of aanvaarding van een
geschenk zijn onafhankelijke positie in het gedrang kan brengen, meldt
hij dit in respectievelijk het college of het presidium. Er worden dan
afspraken gemaakt over wat met het betreffende geschenk wordt gedaan.