In geval van overlijden of blijvende arbeidsongeschiktheid van
de vergunninghouder kan de vaste standplaatsvergunning worden
overgeschreven op de achterblijvende echtgenoot, de
geregistreerde partner, de persoon met wie hij duurzaam
samenwoonde of op een kind.
Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van
het eerste lid, kan een medewerker van de vergunninghouder de
vergunning voor een vaste standplaats krijgen indien hij ten
minste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de
vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode
als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd.
Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee
maanden na het overlijden van de vergunninghouder of nadat de
blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld.
Het college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken
van het bepaalde in dit artikel.