Het bestuursorgaan past de Wet Bibob altijd toe in de in artikel 3, lid 1, sub a onder I enII genoemde categorieën, met uitzondering van artikel 2:25 APV en artikel 4 Drank- en Horecawet.
Het bestuursorgaan past de Wet Bibob toe in de overige in artikel 3 genoemdecategorieën in die gevallen dat er een aanleiding bestaat voor het vermoeden dat debeschikking of opdracht mede zou kunnen worden gebruikt om uit gepleegde strafbarefeiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten ofstrafbare feiten te plegen. Er is in elk geval aanleiding om de Wet Bibob toe te passen, indien:
a.er op basis van de door de gemeente (op basis van de beschikbare informatie)ingevulde Indicatorenlijst aanwijzingen zijn dat de beschikking of opdracht mogelijkmede zou kunnen worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te
verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of strafbare feiten te plegen;
b.de gemeente op andere wijze bekend is met feiten en omstandigheden dieaanleiding geven om te veronderstellen dat de beschikking of opdracht mede zoukunnen worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen,op geld waardeerbare voordelen te benutten of strafbare feiten te plegen;
c.in de gevallen dat het Openbaar Ministerie op basis van artikel 11 j° 26 van de WetBibob wijst op de wenselijkheid om een advies aan te vragen.
Hoofdstuk 2.
Artikel 4.
Toepassing en bijzondere situaties
Onderdeel van Beleidsregel Wet Bibob Gemeente Deventer