1.. Het college beoordeelt een aanvraag als bedoeld in artikel 1 aan de hand van de volgende criteria:

  • - de periode waarin de activiteiten zijn verricht zijn langdurig;
  • - het doorzettingsvermogen (de mate van inspanning) van de persoon;
  • - de stimulerende uitstraling naar anderen;
  • - de maatschappelijke herkenbaarheid van de activiteit;
  • - de wijze waarop getracht is het doel te bereiken.

2.. Het college kan van oordeel zijn dat een onderzoek in de justitiële- en politiegegevens tevens onderdeel uitmaakt bij de beoordeling van een aanvraag.