**1..** De houder controleert of een kind een VVE-indicatie heeft bij
aanmelding. Indien er sprake is van een VVE-indicatie en de houder
heeft geen VVE-certificaat wordt contact gelegd met het
Kenniscentrum VVE voor ondersteuning gericht op het wegwerken van de
taal- of ontwikkelingsachterstand van de peuter.
**2..** De inhoud van de ondersteuning (afspraken houder kinderopvang en
kenniscentrum VVE) worden vastgelegd in een overeenkomst.
**3..** De ondersteuning dient te voldoen aan de kwaliteitseisen
voorschoolse educatie zoals verwoord in deze verordening in
hoofdstuk 3.
**4..** Indien het vermoeden ontstaat tijdens de plaatsing dat er sprake is
van een taal- of ontwikkelingsachterstand bij een kind, dient de
houder het Kenniscentrum in te schakelen voor ondersteuning ten
behoeve van de peuter. Er dient wel sprake te zijn van een
VVE-indicatie van de GGD. Om voor vergoeding van een VVE-kindplek in
aanmerking te komen dient contact opgenomen te worden met GGD voor
indicatie.
HOOFDSTUK 2
Artikel 6
Afstemming houder kinderopvang, GGD en Kenniscentrum VVE
Onderdeel van VERORDENING INKOOP KINDPLEKKEN EN KWALITEITSEISEN BIJ DE ONTWIKKELING NAAR INTEGRALE KINDCENTRA