Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 7

Wederkerigheidovereenkomst naar vermogen

Onderdeel van VERORDENING INKOOP KINDPLEKKEN EN KWALITEITSEISEN BIJ DE ONTWIKKELING NAAR INTEGRALE KINDCENTRA​

1.. Als voorwaarde om een kindplek bij het kindcentrum te kunnen afnemen dient de ouder te beschikken over een wederkerigheidovereenkomst. 2.. In de wederkerigheidsovereenkomst zijn de afspraken tussen gemeente en ouder rondom de wederkerigheid opgenomen. 3.. De omvang van de wederkerigheid is minimaal gemiddeld 8 uur per week. De invulling van de wederkerigheid dient gemiddeld 8 uur per week te zijn over de periode van plaatsing van het kind. Indien de ouder een beroep doet op het kenniscentrum VVE kan rekening worden gehouden met de mogelijkheden en capaciteiten van de ouder: ‘wederkerigheid naar vermogen’. 4.. De inhoud van de overeenkomst bevat in ieder geval: een omschrijving van de werkzaamheden een omschrijving van de overige afspraken 5.. De ouder is primair verantwoordelijk voor de invulling van de wederkerigheid en het nakomen van de afspraken wat betreft de wederkerigheidsovereenkomst. Ouders kunnen de wederkerigheid regelen in hun eigen omgeving (buurt, school of voorschoolse voorziening) of met hulp van organisaties (voor vrijwilligers/mantelzorgers) in Deventer. 6.. Als de ouder extra begeleiding nodig heeft dan kan dat via het kenniscentrum VVE: de houder attendeert de ouders op deze mogelijkheid en geeft de gegevens aan het kenniscentrum VVE door (met toestemming van de ouder). 7.. De ouder is primair verantwoordelijk voor het nakomen van de afspraken wat betreft de wederkerigheidsovereenkomst. Op het moment dat naar het oordeel van de ouder de werkzaamheden in het kader van wederkerigheidsovereenkomst niet naar tevredenheid verlopen dient de ouder dat eerst zelf neer te leggen bij de organisatie waar de werkzaamheden plaatsvinden. In tweede instantie kan de ouder terecht bij het kenniscentrum VVE bij het zoeken van een nieuwe plek voor de wederkerigheid. 8.. De wederkerigheidsovereenkomst wordt afgesloten voor een periode die afloopt op het moment dat het kind naar de basisschool gaat. 9.. De peuter wordt niet van de gemeentelijke kindplek gehaald op het moment dat de afspraken rondom de wederkerigheid door de ouder niet worden nagekomen. 10.. Als de afspraken rond de wederkerigheid niet worden nagekomen dan wordt het kindplekbedrag naar rato teruggevorderd van de ouder of wordt op andere wijze om een tegenprestatie gevraagd. 11.. Mantelzorgtaken zijn een vorm van wederkerigheid.

Rechtspraak bij dit artikel