Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.2

Vrijstelling van inschrijving

Onderdeel van Ambtsinstructie leerplicht gemeente Bladel 2012

De vrijstelling tot inschrijving op een school of instelling, op grond van artikel 5 LPW, moet worden aangevraagd bij de leerplichtambtenaar waar het kind of de jongere als ingezetene (in de Gemeentelijke basisadministratie) staat ingeschreven. Het betreft een vrijstelling op basis van lichamelijke of psychische gronden (art. 5 sub a), vanwege bezwaren tegen de richting van het onderwijs (art. 5 sub b), vanwege een schoolinschrijving en het geregeld bezoeken van deze inrichting van onderwijs in het buitenland (art 5 sub c). Deze vrijstellingen staan beschreven in voornoemde artikelen, tevens in de artikelen 6,7,8 en 9 van de LPW. Daarnaast is er, onder voorwaarden, ook een vrijstelling van schoolinschrijving mogelijk op grond van artikel 15 LPW. Als een vrijstelling op een van bovenstaande gronden wordt verleend, geldt deze voor maximaal één schooljaar. 6.2.1         Vrijstelling op grond van artikel 5 Als ouders een vrijstelling aanvragen op grond van artikel 5 sub a (juncto art. 7) LPW, neemt de leerplichtambtenaar de kennisgeving als bedoeld in artikel 6 van de wet in ontvangst. De kennisgeving moet voor het eerst uiterlijk 1 maand voor de 5e verjaardag gedaan worden. Verder moet de aanvraag jaarlijks voor 1 juli opnieuw gedaan worden, tenzij het besluit geldt voor de duur van plaatsing van het kind op een instelling (Medisch Kinder Dagverblijf). Omdat de beslissing van de leerplichtambtenaar geen besluit is in de zin van de AWB, kunnen ouders geen bezwaar aantekenen of beroep instellen tegen het genomen besluit; als dat nodig is, probeert de leerplichtambtenaar om het kind of de jongere, binnen twintig dagen door een onafhankelijke deskundige te laten onderzoeken. Binnen tien dagen na  ontvangst van de verklaring van de deskundige, bericht de leerplichtambtenaar de ouders; als de ouders een beroep willen doen op de grond bedoeld in artikel 5 onder b (juncto art. 8) van de wet, dan is de termijn voor een bericht aan de ouders ten hoogste twintig werkdagen. Zijn er gegronde redenen aanwezig voor een langere termijn, dan deelt de leerplichtambtenaar deze termijn binnen twintig werkdagen aan de ouders mee. Ook deze vrijstellingsaanvraag moet voor het eerst uiterlijk 1 maand voor de 5e verjaardag van het kind worden gedaan en moet jaarlijks opnieuw voor 1 juli aangevraagd worden. Bij de aanvraag moet een verklaring ‘overwegende bezwaren’ zijn gevoegd. De leerling mag niet eerder ingeschreven hebben gestaan op een school waartegen overwegende bezwaren zijn. Ook moet er een redelijke afstand tot een wel geschikte school bestaan. Als de ouders een beroep doen op de grond bedoeld in artikel 5 onder b van de wet, dan onderzoekt de leerplichtambtenaar de bij de kennisgeving gevoegde stukken. Hij nodigt de ouders uit voor een mondelinge toelichting op het beroep. Hij onderzoekt of de bezwaren c.q. bedenkingen daadwerkelijk tegen de richting van het onderwijs zijn. Dit is noodzakelijk omdat de bedenkingen, volgens de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, onderzocht moeten  worden. Als vaststaat dat de bedenkingen gegrond zijn en ook aan de overige voorwaarden (hierboven genoemd) is voldaan, dan ontstaat de vrijstelling van rechtswege en is er geen plaats meer voor onderzoek naar het gewicht van de bedenkingen. 5 In het bericht aan de ouders, deelt de leerplichtambtenaar aan de ouders mee of de ontvangen kennisgeving voldoet aan de eisen van de wet. Hij deelt tevens de gevolgen mee die verbonden zijn aan het al dan niet voldoen aan de eisen van de wet. Als de kennisgeving niet aan de eisen van de wet voldoet, geeft de leerplichtambtenaar de ouders een redelijke termijn, die doorgaans niet langer is dan twintig werkdagen om de jongere alsnog in te schrijven op een school of instelling. Als ouders niet aan bovengenoemde voorwaarden voldoen, dan zal er een PV absoluut verzuim opgemaakt worden. Omdat de beslissing van de leerplichtambtenaar geen besluit in de zin van de AWB betreft, kunnen ouders geen bezwaar aantekenen of beroep instellen tegen het genomen besluit; als de kennisgeving wel aan de eisen van de wet voldoet, deelt de leerplichtambtenaar aan de ouders mee voor welke periode de vrijstelling geldt en voor welke datum zij een kennisgeving moeten indienen als zij opnieuw een beroep op een vrijstellingsgrond willen doen. Als de kennisgeving betrekking heeft op de grond bedoeld in artikel 5 onder c (juncto art. 9) van de wet, dan moeten de ouders een verklaring afgeven dat de leerling staat ingeschreven op een school en deze school geregeld bezoekt. Als ouders, door omstandigheden, geen verklaring van de directeur van de in het buitenland gelegen school of inrichting van onderwijs, kan overleggen, dan deelt de leerplichtambtenaar aan de ouders mee op welke wijze, en op welk moment, zij moeten aantonen dat de jongere in het buitenland onderwijs geniet. De aanvraag moet ieder jaar opnieuw voor 1 juli ingediend worden. Als ouders niet aan deze voorwaarden voldoen, krijgen ouders de mogelijkheid om binnen een bepaalde termijn hun kind alsnog op een school in Nederland in te schrijven. Gebeurt dit niet binnen de gestelde termijn, dan zal er een PV absoluut verzuim opgemaakt worden. Omdat dit besluit van de leerplichtambtenaar geen besluit is in de zin van de AWB, kunnen ouders hiertegen geen bezwaar aantekenen of beroep instellen. 5 Dit strookt met de vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State volgens welke er geen sprake is van een bevoegdheid om een besluit te nemen over de bedenkingen. 6.2.2         Vrijstelling op grond van artikel 15 Een vrijstelling van een schoolinschrijving, vanwege bijzondere omstandigheden, anders dan in artikel 5 genoemd, kan door de leerplichtambtenaar aan de jongere worden verleend, als wordt aangetoond dat de jongere op een andere wijze voldoende onderwijs volgt. Als ouders van eenkwalificatieplichtige jongere een vrijstellingsaanvraag op grond van art. 15 LPW indienen, beslist de leerplichtambtenaar namens het college van B&W op deze aanvraag. In eerste instantie wordt met school onderzocht of er nog mogelijkheden zijn om voor de jongere een aangepast programma te volgen. Zijn deze er niet dan wordt de vrijstelling toegekend onder de volgende voorwaarden: -aanwezigheid bijzondere omstandigheden; -aantoonbaar voldoende ander onderwijs; -arbeids-/stagecontract; -informatieplicht bij veranderde omstandigheden. Ouders kunnen bezwaar aantekenen tegen het genomen besluit. Deze mogelijkheid en procedure moet vermeld worden in het besluit wat aan ouders wordt gezonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel