Bij een vrijstelling van geregeld schoolbezoek, op grond van artikel 11, gaat het ofwel om vakantieverlof, om verlof vanwege ‘andere gewichtige omstandigheden’ of om verlof vanwege verplichtingen voortvloeiend uit godsdienst of levensovertuiging.
6.3.1 Vakantieverlof
Artikel 11 sub f juncto art. 13a LPW lichten het vakantieverlof toe. Als ouders vanwege hun werk alleen buiten de schoolvakanties op vakantie kunnen, is het mogelijk om voor hun kind vakantieverlof aan te vragen. Dat moet schriftelijk gebeuren. Bij voorkeur via een speciaal formulier, dat de school de aanvrager op zijn verzoek verstrekt.
Voorwaarden:
aard beroep van een van de ouders (horeca en aanverwante bedrijven) èn
onoverkomelijke bedrijfseconomische belangen (bewijslast bij ouders /verzorgers);
eenmaal per schooljaar maximaal 10 schooldagen;
niet gedurende eerste twee lesweken van schooljaar.
Toestemming voor vakantieverlof kan alleen worden gegeven door de directeur (hoofd) van de school. Vakantieverlof is bedoeld voor de jaarlijkse gezinsvakantie, voor maximaal tien aaneengesloten schooldagen, en niet voor een vakantie tussendoor of voor snipperdagen. Deze toestemming wordt dan ook hooguit één keer per schooljaar verleend.
Gaan ouders buiten de schoolvakanties, zonder toestemming van de directeur van de school of de leerplichtambtenaar, op vakantie, dan is er sprake van luxe verzuim. Met het OM wordt periodiek overleg gevoerd over de aanpak van luxe verzuim. De afdoeningen zijn conform de landelijke richtlijnen die het Ministerie van Justitie over het leerplichtbeleid heeft geformuleerd:
als er vermoedelijk sprake is van luxe verzuim, gaat de leerplichtambtenaar in eerste instantie na of er op school extra verlof is aangevraagd en/of deze aanvraag vervolgens is geweigerd of (gedeeltelijk) is toegestaan, al dan niet onder bepaalde voorwaarden;
zowel de verlofaanvraag als de eventuele afwijzing / toekenning door de directeur moeten schriftelijk gedaan worden. Daarbij moeten de ouders zijn gewezen op de bezwaar- en beroepsmogelijkheden. Ouders kunnen dus bezwaar aantekenen tegen het genomen besluit;
de leerplichtambtenaar stelt vervolgens een onderzoek in naar mogelijk ongeoorloofd schoolverzuim bij eventuele andere leerplichtige kinderen binnen het gezin;
als er naar aanleiding van bovenstaand onderzoek een vermoeden van luxe verzuim bestaat, worden de ouders op dezelfde datum, voor alle kinderen en door dezelfde leerplichtambtenaar opgeroepen en verhoord over het verzuim van alle kinderen;
komen ouders niet op de afspraak, dan wordt er een PV bij verstek opgemaakt. Verschijnen ouders wel, dan wordt er, afhankelijk van hun verweer, door de leerplichtambtenaar besloten om wel of geen PV op te maken (al dan niet na overleg met het OM).
6.3.2 Verlof vanwege andere gewichtige omstandigheden
Er kunnen andere belangrijke redenen zijn waardoor een kind niet naar school kan komen. Ook hiervoor moet de ouder, bij maximaal tien schooldagen, toestemming vragen aan de directeur (het hoofd) van de school. Bij meer dan tien schooldagen moeten ouders toestemming krijgen van de leerplichtambtenaar. Dit aantal schooldagen kan bereikt worden in één aanvraag, maar ook in een paar opeenvolgende aanvragen. Bij voorkeur dient het verlof schriftelijk, door het invullen van een speciaal daarvoor ontworpen formulier te worden aangevraagd. Het gaat hierbij om verlof op grond van art. 11 sub g juncto art. 14 LPW, vanwege ‘andere gewichtige omstandigheden’. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om ziekte, een verhuizing, een huwelijk of begrafenis van bloed- of aanverwanten (zie verder bijlage nr. 3). Bewijslast ligt bij ouders.
Als geen verlof is aangevraagd, kan de directeur van de school (bij 10 schooldagen of minder) of de leerplichtambtenaar alsnog verlof verlenen. De ouders moeten dan wel binnen 2 dagen na ontstaan van de verhindering de redenen daarvan mededelen;
de leerplichtambtenaar hoort de directeur over de aanvraag en draagt er zorg voor dat het oordeel van de directeur over de aanvraag schriftelijk wordt vastgelegd;
de leerplichtambtenaar kan de jongere en/of de ouders in de gelegenheid stellen hun/zijn zienswijze kenbaar te maken. Deze zienswijze legt hij schriftelijk vast;
de leerplichtambtenaar legt de behandeling van de aanvraag zorgvuldig vast in het leerlingendossier;
bij de beoordeling van een aanvraag van meer dan tien dagen, controleert de leerplichtambtenaar of er sprake is van een medische of sociale indicatie. De leerplichtambtenaar neemt een beslissing en deelt deze schriftelijk mee aan de ouders. Een afschrift van de brief aan de ouders wordt aan de betreffende directeur van de school of instelling gezonden;
de leerplichtambtenaar kan aan een directeur op diens verzoek advies geven over de behandeling en beoordeling van een aanvraag. Als de leerplichtambtenaar een dergelijk advies geeft, deelt de directeur aan de leerplichtambtenaar zijn beslissing op de aanvraag mee;
de leerplichtambtenaar geeft aan de directeuren van de betrokken scholen en/of instelling(en) gevraagd of ongevraagd advies over het te voeren beleid betreffende verlofaanvragen wegens ‘andere gewichtige omstandigheden’ voor tien schooldagen of minder, met het oog op het bevorderen van de rechtsgelijkheid;
wordt de verlofaanvraag van 10 schooldagen of minder afgewezen door de directeur van school, dan kunnen ouders bezwaar aantekenen bij de directie (bevoegd gezag) van de school.
Als ouders geen bezwaar indienen, of als het bezwaar niet gegrond wordt verklaard en ouders toch verlof nemen, dan volgt een melding bij de leerplichtambtenaar. Deze start een onderzoek, hoort ouders en maakt, als er geen vrijstellingsgronden zijn, een PV voor relatief verzuim op;
wordt de verlofaanvraag van 10 schooldagen of meer afgewezen door de leerplichtambtenaar, dan kunnen ouders bezwaar indienen bij de leerplichtambtenaar die het eerdere besluit heeft genomen. Als ouders geen bezwaar indienen, of wanneer het bezwaar niet gegrond wordt verklaard en ouders toch verlof nemen, dan volgt een oproep voor een verhoor bij de leerplichtambtenaar. Er wordt een PV voor relatief verzuim opgemaakt;
voor de bezwaar- en beroepsprocedure wordt naar bijlage 6 verwezen.
6.3.3 Verlof vanwege verplichtingen voortvloeiend uit godsdienst of levensovertuiging
Verlof op grond van artikel 11 sub e juncto 13 LPW geeft aan dat jongeren wegens het vervullen van plichten voorvloeiend uit godsdienst of levensovertuiging (bijvoorbeeld met het Suikerfeest) die dag(en) vrijgesteld van schoolbezoek zijn. Wanneer het kind of de jongere vanwege geloofsovertuiging of levensovertuiging niet op school kan zijn, bijvoorbeeld voor een religieuze feestdag dan moet uiterlijk twee dagen voor de verhindering de school (de directie) geïnformeerd worden.
Een verlofaanvraag op religieuze gronden moet, volgens de jurisprudentie, worden beschouwd als een mededeling van de ouders aan de directeur van de school. Er is geen verlof nodig van de directeur.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.3
Vrijstelling van geregeld schoolbezoek
Onderdeel van Ambtsinstructie leerplicht gemeente Bladel 2012