Als een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt jegens het
college of zijn ambtenaren, onder omstandigheden, die
rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de wet, als
bedoeld in artikel 18, tweede lid van de wet, wordt,
onverminderd artikel 3, tweede lid van deze verordening, een
maatregel opgelegd van 20% van de bijstandsnorm gedurende één
maand.
De duur van de maatregel wordt verdubbeld, als de belanghebbende
zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit
waarbij een maatregel wordt opgelegd opnieuw schuldig maakt aan
een op grond van het eerste lid als verwijtbaar aan te merken
gedraging. Het besluit waarbij van het opleggen van een
maatregel om dringende redenen wordt afgezien, wordt
gelijkgesteld met het besluit tot het opleggen van een
maatregel.
Hoofdstuk 5
Artikel 15
Zeer ernstige misdragingen
Onderdeel van Maatregelverordening Wet werk en bijstand Overbetuwe 2007