Onverminderd artikel 3, tweede lid van deze verordening, wordt
de maatregel vastgesteld op:
10% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een
gedraging van de 1e categorie;
20% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een
gedraging van de 2e categorie;
50% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een
gedraging van de 3e categorie;
100% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een
gedraging van de 4e categorie.
De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt
verdubbeld, als de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na
bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd,
opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van
dezelfde of hogere categorie. Het besluit waarbij van het
opleggen van een maatregel om dringende redenen wordt afgezien,
wordt gelijkgesteld met het besluit tot het opleggen van een
maatregel.
Hoofdstuk 3
Artikel 9
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Maatregelverordening Wet werk en bijstand Overbetuwe 2007