In artikel 8 lid 1 onder c jo. artikel 30 WWB is geregeld dat de gemeenteraad bij verordening dient vast te stellen voor welke categorieën de bijstandsnorm verhoogd of verlaagd wordt en op grond van welke criteria de hoogte van die verhoging of verlaging wordt bepaald.
Het door het college voorgestane beleid ten aanzien van de toeslagen moet dus worden vastgelegd in de Toeslagenverordening door de gemeenteraad, opdat het college het beleid kan uitvoeren.
Categorieën
Artikel 30 WWB bepaalt dat de Toeslagenverordening een categoriaal karakter moet hebben. Bij
het afbakenen van categorieën is steeds getracht te komen tot in de praktijk eenvoudig te hanteren criteria. Daarom is er gekozen voor een forfaitaire benadering.
Het is niet nodig om in de Toeslagenverordening alle mogelijke situaties uitputtend te regelen. In
niet geregelde of uitzonderlijke gevallen heeft het college immers de bevoegdheid c.q. de plicht om de bijstand op grond van artikel 18 lid 1 WWB bij wijze van individualisering afwijkend vast te
stellen.
In deze model Toeslagenverordening wordt, naast de toeslagen, invulling gegeven aan alle
verlagingen die de WWB mogelijk maakt. In artikel 8 van de Toeslagenverordening wordt
daarentegen het effect van samenloop van verschillende verlagingen beperkt door minimum
hoogtes voor te schrijven waaraan de bijstand moet voldoen na toepassing van de verlagingen.
HOOFDSTUK 5.
Artikel 2.
De Toeslagenverordening
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2005