Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer uit hoofde van treasury worden als algemene uitgangspunten gehanteerd:
het streven naar concentratie van liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij de huisbankier;
als er een liquiditeitsbehoefte ontstaat, het met inachtneming van artikel 4, eerste lid van dit statuut aantrekken van kortlopende middelen;
toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn:
daggeld;
kasgeldleningen; en
kredietlimiet op rekening courant;
toegestane instrumenten bij het uitzetten van middelen voor een periode korter dan één jaar zijn:
rekening-courant;
daggeld;
spaarrekeningen;
deposito’s;
commercial papers (CP); en
certificates of deposit (CD);
het extern uitzetten van middelen korter dan één jaar vindt plaats bij de in artikel 6 van dit statuut vermelde instellingen;
voordat middelen worden aangetrokken en/of uitgezet met een looptijd korter dan één jaar, wordt bij minimaal 3 instellingen, waaronder de huisbankier, telefonisch dan wel schriftelijk offerte opgevraagd. De geoffreerde percentages en de looptijd waarvoor deze percentages van kracht zijn, worden vastgelegd in een (elektronisch) dossier.
Hoofdstuk 4
Artikel 13
Saldo- en liquiditeitenbeheer
Onderdeel van Treasurystatuut gemeente Overbetuwe 2009