Het college gaat niet over tot het vorderen voor medegebruik als het schoolbestuur de leegstand van het gebouw waarin het beoogde medegebruik moet plaatsvinden in gebruik heeft gegeven aan een andere school of scholen voor het onderwijs aan die school of scholen.
Het gestelde in het eerste lid is niet van toepassing als het gebruik van die andere school of scholen kan plaatsvinden in de aan die scholen reeds ter beschikking staande huisvestingscapaciteit.
Als er zich in meerdere gebouwen leegstand voordoet, wordt:
als eerste de leegstand gevorderd in het gebouw dat in gebruik is bij een school van hetzelfde schoolbestuur, tenzij uit oogpunt van doelmatigheid het vorderen van leegstand in een ander gebouw een betere oplossing biedt;
vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw waarin een school van dezelfde richting is gehuisvest, en
vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw dat het dichtst gelegen is bij het hoofdgebouw van de school waarvoor de vordering plaatsvindt.
Het college kan, als de bij de vordering betrokken schoolbesturen daarmee instemmen, in een individueel geval van de in het derde lid opgenomen volgorde afwijken.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.1
Artikel 35
Nalaten vordering; volgorde van vorderen
Onderdeel van Verordening onderwijshuisvesting gemeente Overbetuwe 2010