Als het college van plan is om over te gaan tot vordering van leegstand in een lesgebouw of gymnastiekruimte, voert het college daarover overleg met het schoolbestuur waarvan de leegstand gevorderd wordt en met het schoolbestuur waarvoor de huisvesting is bestemd. Dit overleg maakt deel uit van het overleg als bedoeld in artikel 13.
Binnen vier weken na de vaststelling van het programma als bedoeld in artikel 14, doet het college schriftelijk mededeling van de vordering aan het schoolbestuur waarvan gevorderd wordt. Van deze mededeling kan worden afgezien als dat schoolbestuur in het overleg te kennen geeft geen bezwaar tegen de vordering te hebben.
Als het college van plan is om over te gaan tot vordering in het kader van een aanvraag als bedoeld in artikel 22, voert het college daarover zo spoedig mogelijk overleg met het schoolbestuur waarvan gevorderd wordt en met het schoolbestuur waarvoor de huisvesting is bestemd.
Binnen een week na het overleg als bedoeld in het vorige lid, doet het college schriftelijk mededeling van de vordering aan het schoolbestuur waarvan gevorderd wordt. Van deze mededeling kan worden afgezien als dat schoolbestuur in het overleg te kennen geeft geen bezwaar tegen de vordering te hebben.
De schriftelijke mededeling van het college als bedoeld in het tweede en vierde lid, bevat in ieder geval:
de naam van de school en het schoolbestuur waarvoor wordt gevorderd;
een aanduiding van het aantal leerlingen waarvoor gevorderd wordt of, als het betreft het onderwijs in lichamelijke oefening, het aantal klokuren dat gevorderd wordt;
een aanduiding van het gebouw waarop de vordering betrekking heeft;
een aanduiding van het aantal en het type ruimten dat gevorderd wordt;
de periode waarvoor gevorderd wordt en de ingangsdatum van het medegebruik.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.1
Artikel 36
Overleg en mededeling
Onderdeel van Verordening onderwijshuisvesting gemeente Overbetuwe 2010