1.Een woonvoorziening wordt slechts verleend indien de aanvrager zijn hoofdverblijf heeft of zal
hebben in de woonruimte waaraan de voorziening wordt getroffen.
2.In afwijking van het gestelde in het eerste lid kan een woonvoorziening getroffen worden voor het
bezoekbaar maken van één woonruimte indien de aanvrager zijn hoofdverblijf heeft in een op
grond van artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingen erkende zorginstelling.
3.De aanvraag voor het bezoekbaar maken wordt ingediend in de gemeente waar de aan te passen
woning staat.
4.De woonvoorziening betreft slechts het bezoekbaar maken van de in het tweede lid bedoelde
woonruimte met een door het college in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente vast
te leggen maximumbedrag.
5.Onder bezoekbaar maken wordt uitsluitend verstaan dat de aanvrager de woonruimte, de
woonkamer en een toilet kan bereiken en gebruiken.
6.Burgemeester en Wethouders van de gemeente Gulpen-Wittem verlenen slechts een financiële
tegemoetkoming in de aanpassingskosten van een woonwagen indien:
a) de technische levensduur van de woonwagen nog minimaal 5 jaar is;
b) de standplaats niet binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking komt;
c) de woonwagen ten tijde van de indiening van de aanvraag voor een woonvoorziening bij de
gemeente op de standplaats stond.
d) de hoofdbewoner van een woonwagen in het bezit is van een bewoningsvergunning als
bedoeld in de Woningwet
Indien de technische levensduur van de woonwagen ten tijde van de indiening van de aanvraag minder
dan vijf jaar is, of de standplaats van de woonwagen binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking komt,
worden de aanpassingskosten tot een door het college in het Besluit bepaald maximum vergoed.
Artikel 19.
Hoofdverblijf.
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Gulpen-Wittem 2010