**1..** De direct leidinggevende kan de medewerker toestemming verlenen om af te wijken van de formele arbeidsduur.
**2..** Het verschil tussen de feitelijke en formele arbeidsduur wordt gecompenseerd in de vorm van een even zo groot aantal uren compensatieverlof.
**3..** De direct leidinggevende ziet er op toe, dat de door een ruimere feitelijke arbeidsduur opgebouwde compensatie-uren daadwerkelijk worden gecompenseerd. De direct leidinggevende voorkomt dat een stuwmeer van compensatie-uren ontstaat, waardoor de bedrijfsvoering in gevaar zou kunnen komen.
**4..** Aan het eind van het kalenderjaar mag het saldo van compensatie-uren niet hoger zijn dan 36; deeltijders naar rato. Maximaal 36 compensatie-uren kunnen worden meegenomen naar het volgende jaar; deeltijders naar rato. Het meerdere komt op het einde van het kalenderjaar te vervallen. De medewerker kan de gemeentesecretaris schriftelijk verzoeken om van deze bepaling af te mogen wijken.
**5..** Het compensatie-urensaldo mag niet verder teruglopen dan een negatief saldo van maximaal 36 uren; deeltijders naar rato. Het meerdere wordt aan het eind van het kalenderjaar in mindering gebracht op het vakantieverlof. Indien de medewerker geen vakantieverlof meer heeft, wordt het teveel aan ‘minuren‘ op basis van het uurloon in mindering gebracht op het salaris.
**6..** In geval van ziekte vindt nimmer opbouw van compensatie-uren plaats, maar wordt de feitelijke arbeidsduur per dag gelijkgesteld aan de formele arbeidsduur per dag.
**7..** De te werken arbeidsduur zoals overeengekomen met de medewerker bepaalt de hoeveelheid verlofuren waarop iemand op een feestdag of andere bijzondere verlofdagen recht heeft.