De Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (hierna: Wet kinderopvang of Wko) regelt onder meer de kwaliteit van de kinderopvang en het peuterspeelzaalwerk. De wet voorziet in landelijk uniforme kwaliteitseisen aan houders van kindercentra, gastouderbureaus, gastouderopvang en peuterspeelzalen. De eisen dragen bij aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind en een veilige en gezonde omgeving.
Colleges van burgemeester en wethouders en GGD hebben een belangrijke taak bij het toezicht en het handhaven van de Wet kinderopvang. Colleges hebben op grond van de wet de plicht op verzoek van een houder een besluit te nemen een voorziening voor kinderopvang op te nemen in de Landelijke Registers Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP). Deze voorzieningen staan onder toezicht van de toezichthouder GGD Rotterdam Rijnmond. Indien houders niet aan de verplichtingen van de wet voldoen, beschikt het college over een reeks van instrumenten om de naleving van de wettelijke eisen te bevorderen en zo nodig af te dwingen. Een helder en duidelijk beeld van de naleving is daarbij essentieel. Hoe wordt het toezicht ingevuld? Wat is de wijze van optreden bij geconstateerde overtredingen? Welke overtredingen zijn zwaarder dan andere? Welke sanctiemogelijkheden worden wanneer toegepast? Dit handhavingsbeleid en het afwegingsmodel zijn bedoeld om inzicht te geven in het beleid dat wordt gevoerd bij handhaving van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.
Vooral de ontwikkeling dat de peuterspeelzalen onder de werking zijn gebracht van de Wko zorgen nu voor de noodzaak van actualisering van het huidige handhavingsbeleid. Dit handhavingsbeleid is een actualisering van het beleid dat is vastgesteld in 2005.
Artikel 1.1
Aanleiding
Onderdeel van Handhavingsbeleid kwaliteit wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen Barendrecht