Naar hoofdinhoud
Het toezicht op naleving van de Wet kinderopvang is op grond van de wet toegewezen aan de GGD. De wet voorziet in beleidsregels voor de werkwijze van de GGD als toezichthouder. Voor de verschillende vormen van kinderopvang: dagopvang, buitenschoolse opvang, gastouderbureau, gastouderopvang en peuterspeelzalen zijn toetsingskaders voor de controle vastgesteld. Voorts zijn er voorgeschreven modellen voor de wijze van rapporteren door de GGD. Met de GGD worden jaarlijks afspraken gemaakt over de invulling van de toezichthoudende rol. Het college heeft hierover de regie. De GGD controleert nieuw gemelde voorzieningen, voert de jaarlijks verplichte controles uit, verricht zo nodig herinspecties (incidenteel onderzoek) en kan wanneer gewenst in overleg met het college incidentele controles uitvoeren. Bovendien kan de GGD worden ingeschakeld voor een onderzoek bij een vermoeden van niet-geregistreerde kinderopvang. Met de GGD zijn werkafspraken gemaakt over een goede afstemming van de toezichtstaak die (onder verantwoordelijkheid van het college) bij de GGD ligt en de handhavende taak van het college. Sinds 1 januari 2010 moet de directeur GGD aangewezen worden als toezichthouder kinderopvang. Dit staat in artikel 1.61 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wko).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel