De verordening verstaat onder:

a. beleidsvoornemen: het voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van

beleid;

b. inspraak: het bieden van de formele mogelijkheid aan ingezetenen en belanghebbenden om

hun mening over beleidsvoornemens kenbaar te maken;

c. inspraakprocedure: de wijze waarop de inspraak gestalte wordt gegeven;

d. participatie: het in een zo vroeg mogelijk stadium betrekken van doelgroepen (burgers,

instellingen, bedrijven, en dergelijke) bij beleidsvoorbereiding, -vaststelling, - uitvoering of -

evaluatie;

e. randvoorwaarden: aan de participatie ten grondslag liggende feiten, waarop het bestuursorgaan

geen invloed heeft dan wel door het bestuursorgaan aan participatie gestelde kaders.