**1.** Het bestuursorgaan stelt voor elk onderwerp waarop participatie wordt verleend een
procedure vast. Het bestuursorgaan maakt een gemotiveerde keuze uit de participatiecategorieën:
informeren, raadpleging, advisering, coproductie, meebeslissen of zelf organiseren.
**2.** De participatieprocedure bevat ten minste:
a. een omschrijving van het onderwerp van participatie, zoals bedoeld in artikel 2;
b. een aanduiding van de kring van belanghebbenden, zoals bedoeld in artikel 3;
c. de vermelding van de ambtelijke en bestuurlijke portefeuillehouder van de participatie.
d. de rol van raad en college
**3.** In aanvulling op het tweede lid bevat deze procedure voor zover mogelijk:
a. de randvoorwaarden, zoals bedoeld in artikel 1, aanhef en onder e;
b. de wijze van vormgeving van het participatieproces;
c. een tijdpad met termijnstelling;
d. een communicatieparagraaf;
e. een financiële paragraaf.
**4.** De in het tweede en derde lid genoemde onderdelen worden opgenomen in communicatieen
burgerparticipatieparagraaf als onderdeel van het plan van aanpak/startnotitie van het
desbetreffende project.
**5.** Het bestuursorgaan kan de procedure wijzigen in die gevallen waarin de vaststelling van het beleidsvoornemen zulks vereist. Het bestuursorgaan geeft hiervan overeenkomstig het gestelde in artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht schriftelijk kennis.
Hoofdstuk 2
Artikel 4
Participatieprocedure
Onderdeel van Inspraak- en participatieverordening Bernheze 2012