**1..** De aanbieder ziet erop toe dat onder inritten van bedrijven mantelbuizen worden aangebracht.
**2..** De aanbieder ziet erop toe dat onder verharding aangebrachte mantelbuizen aan beide kanten worden afgesloten om eventuele verzanding of verzakking van het wegdek te voorkomen.
**3..** Beschermplaten, afdekplaten en andere voorzieningen ter bescherming van kabels en leidingen worden niet zonder uitdrukkelijke goedkeuring van de opzichter in het kabel- en leidingentracé aangebracht.
**4..** Na aanleg van de kabels en leidingen ziet de aanbieder erop toe dat deze zodanig gelabeld worden, dat de grondeigenaren, de grondroerders of andere derden in staat zijn te achterhalen aan wie de kabel toebehoort. Om dit doel te bereiken worden de kabels en leidingen om de 5 meter van een label of ander blijvend herkenningsteken voorzien. Bij een aftakking van de kabels en leidingen of einde ervan wordt binnen 1 meter een label of ander blijvend herkenningsteken aangebracht.
**5..** Op bovengrondse objecten als bedoeld in artikel 2.2.10 van deze beleidsregels wordt door de aanbieder een herkenningsteken aangebracht met daarop de vermelding van de eigenaar, een identiteitsnummer van de kast en een telefoonnummer dat bij een storing gebeld kan worden.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2
Artikel 2.2.8
Gebruik mantelbuizen, beschermplaten en labels
Onderdeel van Beleidsregels betreffende het aanleggen, in stand houden, verplaatsen en verwijderen van kabels en leidingen Amersfoort 2009