**1..** De bijstand wordt afgestemd op de mate waarin de belanghebbende zijn inlichtingen- en medewerkingsverplichting jegens het college of het UWV niet of niet behoorlijk nakomt.
**2..** Afstemming vindt plaats door het verlagen van de bijstand over een door het college vast te stellen periode met een percentage van 10% van het benadelingsbedrag tot € 10.000,- met een minimum van € 50,- en een maximum van 100% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand.
**3..** Indien de inlichtingen- en medewerkingsverplichting jegens het college of UWV niet of niet behoorlijk is nagekomen zonder dat dit heeft geleid tot een benadelingsbedrag vindt afstemming plaats door het verlagen van de bijstand met € 50,- gedurende één maand.
**4..** In het geval van recidive worden:
indien in de twaalf maanden voorafgaande aan een besluit waarmee de bijstand wordt afgestemd, al een besluit is genomen waarmee de bijstand van de belanghebbende is afgestemd, de periodes in het tweede lid verdubbeld, of
indien in de twaalf maanden voorafgaande aan een besluit waarmee de bijstand wordt afgestemd, al een afstemming heeft plaatsgevonden vanwege een recidivegedraging, de periodes in het tweede lid verdrievoudigd.
**5..** Met een besluit waarmee de bijstand is afgestemd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 3, vijfde lid.
**6..** Het college kan het bedrag in afwijking van het tweede lid vaststellen. Hierbij houdt het college rekening met de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de persoonlijke omstandigheden van de belanghebbende.
Artikel 7
Niet of niet behoorlijk nakomen van een inlichtingenverplichting
Onderdeel van Handhavings- en afstemmingsverordening