**1..** In afwijking van het bepaalde in artikel 3 wordt de bijstandsnorm
en/of de toeslag van een alleenstaande lager vastgesteld indien
belanghebbende recent niet meer deelneemt aan onderwijs of
beroepsopleiding:
waarvoor aanspraak bestond op studiefinanciering op grond
van hoofdstuk II van de Wet op de studiefinanciering (WSF)
of hoofdstuk III van de Wet tegemoetkoming studiekosten
(WTS); dan wel;
indien de belanghebbende op de eerste dag van het
kalenderkwartaal waarin de beëindiging plaats vond jonger
was dan 25 jaar en de voor werkzaamheden beschikbare tijd
voor ten minste 19 uur per week in beslag werd genomen door
het onderwijs of de beroepsopleiding, tenzij het betreft een
scholing of beroepsopleiding als bedoeld in artikel 9 van de
wet.
**2..** Van het recent niet meer deelnemen aan onderwijs of beroepsopleiding
als bedoeld in het eerste lid is sprake van een periode van zes
maanden, gerekend vanaf de eerste dag van beëindiging.
**3..** De periode bedoeld in het tweede lid wordt opgeschort, indien er in
deze zes maanden opnieuw onderwijs of een beroepsopleiding als
bedoeld in het eerste lid wordt begonnen. Indien deze
onderwijsperiode zes maanden of langer heeft geduurd, vangt een
nieuwe periode aan zoals bedoeld in het tweede lid.
**4..** De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt het verschil
tussen de van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief de toeslag
bedoeld in artikel 3, en het van toepassing zijnde bedrag voor
levensonderhoud als bedoeld in artikel 33, tweede lid van de wet bij
aanvang van de bijstandsverlening.
**5..** De verlaging vindt bij voorrang plaats op de toeslag.
Hoofdstuk 3
Artikel 5
Recente beëindiging van onderwijs/opleiding
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand gemeente Nuenen c.a. 2012 (2004)