Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 8.

Woonkosten

Onderdeel van Regeling Bijzondere Bijstand gemeente Vught

1.. Woonkostentoeslag voor een huurwoning, woonwagen of woonschip: indien belanghebbende een woning bewoont, waarvan de hoogte van de woonkosten, gelet op artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag geen belemmering vormt voor de toekenning van die huurtoeslag, maar hij door omstandigheden buiten zijn schuld nog geen aanspraak kan maken op deze toeslag, wordt bijzondere bijstand in de vorm van een woonkostentoeslag verstrekt tot de datum waarop belanghebbende wel in aanmerking komt voor huurtoeslag; de woonkostentoeslag is gelijk aan het bedrag van de huurtoeslag die belanghebbende gelet op zijn financiële situatie op grond van de Wet op de huurtoeslag voor de woonkosten per maand zou ontvangen. 2.. Woonkostentoeslag voor een eigen woning: indien belanghebbende een woning in eigendom heeft, waar hij in woont, waarvan de hoogte van de woonkosten gelet op artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag geen belemmering zou vormen voor toekenning van een huurtoeslag, wordt bijzondere bijstand in de vorm van een woonkostentoeslag verstrekt; de woonkostentoeslag is gelijk aan het bedrag van de huurtoeslag die belanghebbende op grond van de Wet op de huurtoeslag, gelet op zijn financiële situatie, voor de woonkosten per maand zou ontvangen. 3.. Woonkostentoeslag voor woonkosten boven de maximale huurprijs zoals omschreven in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag: wanneer belanghebbende een woning in huur of eigendom bewoont, wordt een toeslag verstrekt, die in overeenstemming met artikel 8 eerste lid onder b van deze regeling wordt berekend, met dien verstande dat de woonkosten voor woningen in eigendom die uitgaan boven de maximale rekenhuur volledig voor bijzondere bijstand in aanmerking komen. Voor huurwoningen geldt de bepaling, dat de toeslag maximaal het verschil kan zijn tussen de maximale rekenhuur en anderhalf (1,5) maal de hierboven vermelde maximale huurprijs van de Wet op de huurtoeslag; de woonkostentoeslag wordt verstrekt tot de datum waarop de belanghebbende wel aanspraak kan maken op huurtoeslag en, als huurtoeslag niet aan de orde is, voor de periode van maximaal één jaar. Deze periode van één jaar kan verlengd worden indien bijzondere omstandigheden daartoe noodzaken. 4.. Aan bijstandsverlening zoals beschreven in het derde lid wordt met toepassing van artikel 55 van de wet de verplichting verbonden dat belanghebbende zo spoedig mogelijk verhuist naar een goedkopere woning, dan wel, indien de woning een eigen woning betreft, de woning zo spoedig mogelijk te koop aanbiedt, tenzij zwaarwegende belangen zich daartegen verzetten. 5.. De verhuisplicht als bedoeld in het vierde lid wordt niet opgelegd aan: personen met een beperking als de hoge huur veroorzaakt wordt door voorzieningen die in de woning aangebracht zijn vanwege de beperking; personen die de AOW gerechtigde leeftijd hebben bereikt, als een goedkoper redelijk woonalternatief, gelet op medische en sociale omstandigheden, niet voorhanden is; huishoudens die bestaan uit 6 personen of meer. 6.. Als de belanghebbende naar vermogen getracht heeft goedkopere woonruimte te vinden, maar dit niet gelukt is, dan wordt de woonkostentoeslag met maximaal één jaar verlengd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel