Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 9.

Bijstand voor duurzame gebruiksgoederen en inrichtingskosten

Onderdeel van Regeling Bijzondere Bijstand gemeente Vught

1.. De belanghebbende wordt geacht de kosten, die verband houden met een verhuizing en/of (her)inrichting, in beginsel uit zijn inkomen te voldoen, hetzij door reservering vooraf, hetzij door gespreide betaling achteraf. Voor deze kosten wordt in beginsel geen bijstand verstrekt. 2.. Er wordt geen bijstand verleend aan jongeren en alleenstaanden die voor het eerst zelfstandig gaan wonen. Het bepaalde in het eerste lid is ook hier van toepassing. 3.. Van het bepaalde in het eerste lid kan worden afgeweken wanneer: sprake is van een sociale noodzaak en; het afsluiten van een lening bij een commerciële- of de gemeentelijke Kredietbank niet mogelijk is en; de belanghebbende aantoonbaar niet heeft kunnen reserveren en er geen andere voorziening ter betaling van de kosten voorhanden is. De noodzaak om te verhuizen staat in ieder geval vast als: er sprake is van een verplichte verhuizing in verband met hoge woonkosten; er sprake is van een verhuizing ter bevordering van het langer zelfstandig wonen; de verhuizing plaats vindt op basis van een woonurgentie op basis van sociale of medische gronden. 4.. Indien de noodzaak als bedoeld in het derde lid aanwezig is, wordt de bijzondere bijstand verleend: “om niet” (voor “niet” duurzame gebruiksgoederen, waaronder bijv. verf, behang, gordijnen, verhuisbus, kosten vloeregalisatie); in de vorm van een geldlening (voor duurzame gebruiksgoederen, waaronder bijvoorbeeld een wasmachine, bankstel/ etc.). Voor het vaststellen van de hoogte van de te verstrekken bijzondere bijstand wordt uitgegaan van de geldende richtprijzen, zoals opgenomen in de NIBUD prijzengids. 5.. Voor de reserveringscapaciteit als bedoeld in lid 1 wordt uitgegaan van 10% van de voor de betrokkene geldende bijstandsnorm inclusief vakantiegeld over een periode van 3 jaren onmiddellijk voorafgaande aan de datum van aanvraag. De reserveringscapaciteit wordt verminderd met reeds gemaakte bijzonder noodzakelijke kosten en buitengewone uitgaven als bedoeld in deze regeling waarin begrepen het doen van aflossingen op daarvoor aangegane leningen.

Rechtspraak bij dit artikel