1. De vergunning kan door het college worden ingetrokken als blijkt dat:
- - de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
- - de vergunninghouder de nadere regels als bedoeld in artikel 10 lid 3 niet naleeft;
- - de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het beschermde gemeentelijk monument zwaarder dient te wegen;
- - niet binnen 26 weken van de vergunning gebruik wordt gemaakt.
2. Van de beschikking tot intrekking wordt een kopie aan de monumentencommissie gezonden.