**1..** Het college kan vergunning verlenen voor graafwerk en bodemingrepen in gemeentelijke archeologische monumenten.
**2..** Alvorens een vergunning te verlenen als bedoeld in lid 1, wint het college advies in van een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
**3..** Het college kan alleen vergunning verlenen indien het toezicht en de bescherming van het gemeentelijke archeologische monument is geregeld door:
de mogelijkheid van toegang van door het college aan te wijzen personen op het terrein;
de mogelijkheid van de onder a) genoemde personen om - in overleg en in samenspraak met het college - graafwerk en/of documentatiewerkzaamheden te (laten) verrichten.
**4..** De Omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien vooraf door aanvrager van de aanlegvergunning door middel van archeologisch vooronderzoek conform de KNA naar het oordeel van het college in voldoende mate is vastgesteld dat bij realisatie van de bodemingrepen:
de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld; of
er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of redelijkerwijs verwacht mogen worden; of
de archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad.
**5..** Het college vraagt advies aan de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg voordat het beslist op de aanvraag van een vergunning op grond van artikel 18, lid 2.
**6..** Binnen zes werkweken na de adviesaanvraag brengt de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg schriftelijk advies uit aan het college.
**7..** Het college kan aan de verlening van de vergunning de volgende voorwaarden verbinden:
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden;
de verplichting tot het doen van opgravingen;
de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een vergunninghoudende partij op het terrein van de archeologische monumentenzorg aan de hand van een door de bevoegde overheid geaccordeerd PvE.
**8..** De gevraagde vergunning kan worden geweigerd, indien de archeologische waarden die in het geding zijn naar het oordeel van het college in situ behouden dienen te blijven.
HOOFDSTUK 3
Artikel 19
Vergunning gemeentelijke archeologische monumenten
Onderdeel van Archeologieverordening gemeente Baarle-Nassau