Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 20

Ter inzage legging, zienswijzen, termijnen advies en vergunningverlening

Onderdeel van Archeologieverordening gemeente Baarle-Nassau

1.. Op de voorbereiding van een besluit op een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 19 is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat het college het ontwerp van het besluit ter inzage legt. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door eenieder. 2.. Na de ter inzage legging wordt de vergunningaanvraag aan de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg gezonden, vergezeld van de ingekomen zienswijzen. De deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg brengt binnen 8 weken na de adviesaanvraag schriftelijk advies uit aan het college en betrekt de beschrijving van het monument als bedoeld in artikel 12, lid 2 bij haar advies. Eveneens zal waar nodig worden geraadpleegd: het vigerende bestemmingsplan; de archeologische beleidskaart; het (eventueel) van toepassing zijnde beeldkwaliteitsplan; de (eventueel) van toepassing zijnde Welstandsnota; de cultuurhistorische kaart van de provincie Noord-Brabant; ander noodzakelijk materiaal dat van belang is voor een adequate advisering. 3.. Indien een bouwhistorisch en/of archeologisch vooronderzoek noodzakelijk wordt geacht, kan de termijn van advisering door de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg met ten hoogste zes weken worden verlengd. 4.. Bij overschrijding van de in lid 2 en lid 3 genoemde termijnen wordt de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg geacht te hebben geadviseerd. 5.. De vergunning kan voor een bepaalde tijd worden verleend. 6.. Het college zendt een afschrift van de monumentenvergunning aan de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel