Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, besluit het college tot weigering of beëindiging van de schuldhulpverlening indien:
a. cliënt niet langer woonachtig is in de HBEL gemeenten;
b. de schuld het gevolg is van onrechtmatig handelen;
c. de schuldenaar zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken
voor de aflossing van zijn schulden;
d. op grond van – zo later is gebleken – onjuiste gegevens
schuldhulpverlening aan cliënt is toegekend, terwijl indien dit ten tijde
van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere
beslissing zou zijn genomen;
e. cliënt zich ten opzichte van de medewerkers, belast met
werkzaamheden die voortkomen uit het schuldhulpverleningstraject,
misdraagt;
f. cliënt in staat is zelfstandig een schuldregeling tot stand te brengen
dan wel in staat is de schulden c.q. financiën zelfstandig te beheren;
g. de geboden hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden
van cliënt, niet (langer) passend is, zoals genoemd in artikel 3 lid 2;
h. het schuldhulpverleningstraject succesvol is afgerond.
Artikel 6
Weigerings- en beëindigingsgronden
Onderdeel van Regeling beleidslijnen schuldhulpverlening 2012