1.Haven- en liggelden worden niet geheven ter zake van:
vaartuigen, rechtstreeks in gebruik bij de gemeente
Nijkerk;
rijkspolitie- en marinevaartuigen, als zodanig gebruikt;
vaartuigen, welke tot het uitbaggeren van de havens worden
gebruikt;
hospitaalschepen en reddingsboten;
vaartuigen, die uit het Nijkerkernauw binnenkomen om zich
uitsluitend tot het ondergaan van herstellingen naar de werf te
begeven en dadelijk na de herstelling weer van de werf naar het
Nijkerkernauw vertrekken;
vaartuigen, die ten gevolge van averij, ijsgang of noodweer uit
het Nijkerkernauw binnenkomen, mits zij terstond na de opheffing
van de belemmering naar het Nijkerkernauw vertrekken;
vaartuigen, die in de haven verblijven en ten gevolge van ijs
niet kunnen vertrekken, gedurende de tijd dat vertrek daardoor
niet mogelijk is;
boten en sloepen tot een ander vaartuig behorende en daaraan
verbonden;
vaartuigen, gelegen in de aan de Zeil- en Motorbootvereniging
“De Zuidwal” en aan de Hengelsportvereniging “Hoop Op Geluk”
verhuurde jachthavens;
pleziervaartuigen die zich van 10.00 uur tot 16.00 uur in de
haven bevinden;
bunkerboten;
sleep- en duwboten die in werking zijn als een bedrijfsvaartuig
bij binnenkomst voor één dag.
2.Het kadegeld wordt niet geheven ter zake van goederen:
toebehorende aan de gemeente Nijkerk;
bestemd voor of afkomstig van hospitaalschepen of
reddingsboten.
Artikel 4.
Vrijstellingen.
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van haven-, kade- en liggelden 2010