**1..** In deze verordening wordt verstaan onder:
WWB: de Wet werk en bijstand;
WIJ: de Wet investeren in jongeren;
norm: het bedrag als bedoeld in artikel 21 onder a en b van de WWB danwel het bedrag als bedoeld in artikel 26 onder b en 27 onder b van de WIJ;
uitkering: de norm als bedoeld in artikel 21 en 22 van de WWB, verhoogd of verlaagd conform deze verordening, dan wel de inkomensvoorziening als bedoeld in artikel 26 tot en met 29 van de WIJ, verhoogd of verlaagd conform deze verordening;
gehuwdennorm: de norm voor gehuwden zoals bedoeld in artikel 21 onder c van de WWB;
schoolverlater: de persoon die in een periode van 6 maanden voorafgaand aan ingangsdatum van de (eventuele) uitkering de deelname heeft beëindigd aan onderwijs of een beroepsopleiding, waarvoor aanspraak bestond op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of op een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten. Het aanmerken als schoolverlater eindigt 6 maanden na het beëindigen van voornoemd onderwijs of beroepsopleiding;
woning: onder woning wordt mede verstaan woonschip of woonwagen;
medebewoning: de situatie waarin naast belanghebbende(n) één of meer anderen, niet zijnde kinderen tot 21 jaar, hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben
medebewoner: derde, bedoeld als in de situatie van medebewoning;
beroepsmatige verzorging: verzorging of verpleging in een inrichting;
**2..** Tenzij anders is bepaald, wordt aan de in deze verordening gehanteerde begrippen de betekenis toegekend die in de WWB respectievelijk WIJ is aangegeven.
**3..** De bepalingen in deze verordening hebben uitsluitend betrekking op belanghebbenden van 21 tot 65 jaar.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren