De norm voor de alleenstaande of alleenstaande ouder in wiens woning geen ander dan eventuele kinderen in de leeftijd tot 21 jaar hoofdverblijf heeft, wordt verhoogd met een toeslag van 20% van de gehuwdennorm.
De norm voor de alleenstaande of alleenstaande ouder bij wie een ander zijn hoofdverblijf heeft, wordt verhoogd met een toeslag van 20% van de gehuwdennorm indien:
als gevolg van de medebewoning beroepsmatige verzorging volledig of in belangrijke mate achterwege blijft;
alle kinderen van 21 jaar of ouder die hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning, onderwijs of een beroepsopleiding volgen zoals bedoeld in de Wet studiefinanciering 2000 of in hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.
De norm voor de alleenstaande of de alleenstaande ouder wordt verhoogd met 10% van de gehuwdennorm indien er sprake is van medebewoning anders dan genoemd in het tweede lid;
De norm voor de alleenstaande of alleenstaande ouder wordt niet verhoogd met een toeslag indien de alleenstaande of de alleenstaande ouder is aan te merken als een schoolverlater.
De norm voor de alleenstaande of alleenstaande ouder wordt niet verhoogd met een toeslag indien belanghebbende vanwege het ontbreken van woonlasten lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de uitkering zou voorzien.
Artikel 2
Toeslagen
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren