De norm voor gehuwden zoals bedoeld in artikel 21 onder c WWB en artikel 28 eerste lid onder d en e en tweede lid onder d en e van de WIJ wordt, indien sprake is van medebewoning, verlaagd met 10% van de gehuwdennorm, tenzij:
als gevolg van de medebewoning beroepsmatige verzorging volledig of in belangrijke mate achterwege blijft;
alle kinderen van 21 jaar of ouder die hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning, onderwijs of een beroepsopleiding volgen zoals bedoeld in de Wet studiefinanciering 2000 of in hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.
De norm voor gehuwden zoals bedoeld in artikel 21 onder c WWB en artikel 28 eerste lid onder d en e en tweede lid onder d en e van de WIJ wordt verlaagd met 10% van de gehuwdennorm indien een van de gehuwden als schoolverlater is aan te merken.
De norm voor gehuwden zoals bedoeld in artikel 21 onder c WWB en artikel 28 eerste lid onder d en e en tweede lid onder d en e van de WIJ wordt verlaagd met 20% van de gehuwdennorm indien beide gehuwden als schoolverlaters aan te merken zijn.
De norm voor gehuwden wordt verlaagd met 20% van de gehuwdennorm indien belanghebbenden vanwege het ontbreken van woonlasten lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan hebben dan waarin de uitkering zou voorzien.
Artikel 3
Verlagingen
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren