Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 9

Gezamenlijk hoofdverblijf

Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2012

1.. De norm voor gehuwden wordt verlaagd met 10 procent, als het gezin hoofdbewoner is van de door hen bewoonde woning waarin één andere alleenstaande of één ander gezin, niet zijnde een gezinslid in de eerste graad, zijn hoofdverblijf heeft. 2.. De norm voor gehuwden wordt verlaagd met 20 procent als het gezin hoofdbewoner is van de door hen bewoonde woning waarin twee andere alleenstaanden of gezinnen, niet zijnde gezinsleden in de eerste graad van de hoofdbewoner, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid onder c van de wet, hun hoofdverblijf hebben. 3.. De norm voor gehuwden wordt niet verlaagd als het gezin zijn hoofdverblijf heeft in de woning van een ander persoon of gezin, maar niet zijnde een familielid in de eerste graad. 4.. De norm voor gehuwden wordt niet verlaagd, als het gezin hoofdbewoner is van de door hen bewoonde woning waarin één of meer andere alleenstaanden of gezinnen hun hoofdverblijf hebben, die aangemerkt kunnen worden als zorgbehoevend. 5.. De norm voor gehuwden wordt niet verlaagd als het gezin hoofdbewoner is van de door hen bewoonde woning en ten minste een van de gezinsleden zorgbehoevend is, en bij wie een andere persoon of een ander gezin woont. 6.. De norm voor een echtpaar, dat hoofdbewoner is van de door hen bewoonde woning, in wiens woning ook de (stief-)ouder(-s) van een van hen het hoofdverblijf heeft, wordt verlaagd met 10 procent. 7.. De norm voor een echtpaar wordt verlaagd met 10 procent, als het gezin het hoofdverblijf heeft in de woning van één of beide (stief-)ouder(-s).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel