**1..** Ongeacht wat in de artikelen 4 tot en met 9 staat, wordt de norm of
de toeslag lager vastgesteld als de alleenstaande, de alleenstaande
ouder of het gezin lagere algemene kosten van bestaan heeft dan
waarin de bijstandsnorm en de toeslag voorziet door zijn
woonsituatie. Daaronder wordt ook begrepen het niet bewonen van een
woonruimte of het bewonen van een woonruimte waaraan geen woonkosten
zijn verbonden, zoals omschreven in artikel 2, eerste lid, onder e.
Daaronder wordt ook begrepen de medebewoner( zoals een onderhuurder,
kamerbewoner of kostganger) die niet of onvoldoende kan aantonen dat
voor het medegebruik van de woonruimte een vergoeding betaald
wordt.
**2..** De verlaging die is bedoeld in het eerste lid, is vastgesteld op een
bedrag dat gelijk is aan 15 procent van de norm voor gehuwden.