Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 10

Algemeen

Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2012

1.. Ongeacht wat in de artikelen 4 tot en met 9 staat, wordt de norm of de toeslag lager vastgesteld als de alleenstaande, de alleenstaande ouder of het gezin lagere algemene kosten van bestaan heeft dan waarin de bijstandsnorm en de toeslag voorziet door zijn woonsituatie. Daaronder wordt ook begrepen het niet bewonen van een woonruimte of het bewonen van een woonruimte waaraan geen woonkosten zijn verbonden, zoals omschreven in artikel 2, eerste lid, onder e. Daaronder wordt ook begrepen de medebewoner( zoals een onderhuurder, kamerbewoner of kostganger) die niet of onvoldoende kan aantonen dat voor het medegebruik van de woonruimte een vergoeding betaald wordt. 2.. De verlaging die is bedoeld in het eerste lid, is vastgesteld op een bedrag dat gelijk is aan 15 procent van de norm voor gehuwden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel