**1..** De maatregel wordt vastgesteld op:
vijf procent van de grondslag gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
twintig procent van de grondslag gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;
vijftig procent van de grondslag gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie.
**2..** De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid onderdelen a tot en met c wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of een hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 5, tweede lid.
**3..** Indien binnen twaalf maanden na de bekendmaking van het besluit waarbij een maatregel is opgelegd als genoemd in het eerste lid onderdelen a tot en met c, belanghebbende zich nog tweemaal schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging uit dezelfde of een hogere categorie, dan wordt door het college aan belanghebbende een maatregel opgelegd van maximaal honderd procent van de grondslag gedurende maximaal drie maanden. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 5, tweede lid.
Hoofdstuk 2
Artikel 10.
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ 2012