Naar hoofdinhoud
Na afloop van ieder begrotingsjaar moet het college verantwoording afleggen aan de raad over het gevoerde beleid door overlegging van de jaarrekening en het jaarverslag. Voor het overleggen van deze stukken aan de raad moet de jaarrekening door een bevoegde accountant zijn gecontroleerd. De accountant controleert de jaarrekening in opdracht van de raad. Het is dan ook de raad, die de accountant aanwijst. De opdrachtverlening stelt de volgende voorwaarden: 1.   De accountantscontrole wordt opgedragen aan een door de raad te benoemen accountant. De benoeming van de accountant geschiedt voor een periode van minimaal 3 en maximaal 6 jaren; 2.   Het college bereidt in overleg met de auditcommissie de aanbesteding voor van de accountantscontrole voor; 3.   De raad stelt voor de aanbesteding van de accountantscontrole het programma van eisen vast. Dit bevat de periode waarvoor de accountant wordt benoemd. In het programma van eisen worden voor de jaarlijkse accountantscontrole in ieder geval opgenomen: a.      De toe te passen goedkeuringstoleranties en eventuele afwijkende rapporteringtoleranties bij de controle van de jaarrekening; b.      De apart te controleren deelverantwoordingen en de daarbij toe te passen goedkeuringstoleranties en eventueel afwijkende rapportagetoleranties; c.      De inrichtingseisen voor het verslag van bevindingen; d.      De eventueel aanvullend uit te voeren tussentijdse controles; e.      De frequentie en inrichtingseisen van de aanvullende tussentijdse rapportering; f.       Voor ieder afzonderlijk te controleren begrotingsjaar de posten van de jaarrekening en deelverantwoordingen met bijbehorende afwijkende rapporteringtoleranties, waaraan de accountant bij zijn controle specifiek aandachtdient te besteden; g.      Voor ieder afzonderlijk te controleren begrotingsjaar de gemeentelijke functies en of organisatieonderdelen met bijbehorende afwijkende rapporteringtoleranties, waaraan de accountant bij zijn controle specifiek aandacht dient te besteden. 4.   In afwijking van het gestelde in lid 3, de letters f en g kan de raad in het programma van eisen opnemen, dat de raad jaarlijks voorafgaand aan de accountantscontrole in overleg met de accountant vaststelt de posten van de jaarrekening, de posten van de deelverantwoordingen, de gemeentelijke functies en de gemeentelijke organisatieonderdelen, waaraan de accountant bij zijn controle specifiek aandacht dient te besteden en welke rapporteringtoleranties hij daarbij dient te hanteren. 5.   In geval van Europese aanbesteding van de accountantscontrole stelt de raad voor de selectie van de accountant de selectiecriteria vast en per selectiecriterium de bijbehorende weging vast.

Rechtspraak bij dit artikel