Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.4

Uitgangspunten mandaatverlening

Onderdeel van MANDAATREGELING GEMEENTE NEDER-BETUWE 2012

Bij het opstellen van deze regeling is aansluiting gezocht bij de reeds in praktijk, op basis van allerlei regelingen, bestaande werksituatie en op de tot nu toe geldende mandaatregeling. Dit mandaat heeft zich in de bestuurspraktijk bewezen en vormt een goed middel om de dienstverlening en de klantgerichtheid te verbeteren. De onderstaande uitgangspunten zijn richtinggevend voor de vraag of er wel of niet en onder welke voorwaarden mandaat moet worden verleend: • mandatering bevordert de effectiviteit, de klantgerichtheid en de motivatie in de organisatie; • de juridische, bestuurlijke en financiële risico’s zijn aanvaardbaar; • er moeten duidelijke beleidskaders/beleidsnotities aanwezig zijn: er wordt alleen mandaat verleend op basis van vastgesteld beleid, kaderstelling of regelgeving van hogerhand. Deze uitgangspunten zijn in deze mandaatregeling op twee manieren verwerkt: In de eerste plaats is vastgelegd in welke gevallen er geen mandaat is. Dit zijn absolute uitzonderingsgronden die gelden voor de gehele mandaatregeling bestuursrecht.                                                                  Verder is er gekozen voor relatieve uitzonderingsgronden. Dit zijn ijkpunten waaraan de ambtenaar aandacht moet geven bij het gebruik maken van zijn mandaat. Die punten zijn neergelegd in een interne instructie; hierbij ligt het accent op inschatting, overleg en communicatie. Hieronder wordt ingegaan op de gevallen waarin er geen mandaat is en op de interne instructie.

Rechtspraak bij dit artikel