Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.5

Geen mandaat

Onderdeel van MANDAATREGELING GEMEENTE NEDER-BETUWE 2012

Op grond van artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht is mandaat in bepaalde gevallen uitgesloten (absolute uitzonderingsgronden). Die wettelijke uitzonderingen zijn in de onderstaande checklist opgenomen en met enkele beperkingen uitgebreid. Een bestuursorgaan kan mandaat verlenen, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich tegen de mandaatverlening verzet. De gemandateerde is bevoegd tot het nemen en uitvoeren van besluiten als genoemd in de hierna volgende Mandaatlijst, tenzij: 1. het vaststellen, wijzigen of intrekken van algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels of besluiten van algemene strekking betreft; 2. tot het beslissen op beroepschrift of klacht; 3. ter voorbereiding van het te nemen besluit een uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 Awb) is gevoerd en zienswijzen, bedenkingen of inspraakreacties zijn ingebracht; 4. advies nodig is van andere afdelingen/instellingen en het advies en het eigen standpunt niet op elkaar aansluiten c.q. niet tot dezelfde conclusie leiden; 5. het besluit een afwijking zou inhouden van het bestaande beleid; 6. de aard van de besluitvormingsprocedure zich tegen de mandaatverlening verzet; 7. het nemen van een besluit afwijkt van een beleidsregel als bedoeld in artikel 4:84 van de Awb; 8. het nemen van een besluit afwijkt van een wettelijk verplicht advies; 9. bij het besluit de gemandateerde een persoonlijke betrokkenheid heeft; 10. bij de beslissing op bezwaar als: - het bepaalde van artikel 10:3 Awb van toepassing is (wettelijke uitzonderingen voor mandaat); - het primaire besluit door het bestuursorgaan zelf is genomen; - met het voorgestelde besluit wordt afgeweken van het advies van de commissie Bezwaarschriften, of waarbij het bezwaar geheel of gedeeltelijk gegrond wordt verklaard; 11. het besluit of (rechts)handeling als politiek, bestuurlijk of anderszins gevoelig wordt aangemerkt; Doet zich in een van de onder 1 t/m 11 omschreven situaties voor, dan wordt het nemen van het besluit voorgelegd aan het oorspronkelijk bestuursorgaan. Toelichting op het overzicht ‘uitzonderingen mandaat’ ad 1 Algemeen verbindende voorschriften zijn gemeentelijke verordeningen en op die verordeningen gebaseerde nadere regels. Algemeen verbindende voorschriften is plaatselijke wetgeving; dat zijn regels die gelden voor alle burgers. Besluiten van algemene strekking zijn onder andere besluiten waarin percelen of gebieden worden aangewezen. Die aanwijzing is dan op grond van regelgeving nodig om een bepaald verbod of vergunningstelsel in het leven te roepen. Besluiten van algemene strekking komen onder andere voor in de Algemene plaatselijke verordening, bijvoorbeeld de aanwijzing van wegen waar het verboden is vrachtwagens te parkeren. Met beleidsregel wordt bedoeld een besluit waarin het bestuursorgaan vastlegt op welke manier zij wil omgaan met bevoegdheden. In een beleidsregel wordt bijvoorbeeld vastgelegd wat het beleid is bij het beoordelen van bepaalde aanvragen. Hierin wordt dan aangegeven welke vergunningaanvraag wel of niet kan worden gehonoreerd. ad 3  Uniforme openbare voorbereidingsprocedure Voor de praktijk is het van groot belang dat er geen mandaat is om een definitief besluit te nemen indien in het kader van een openbare voorbereidingsprocedure van dit besluit zienswijzen, bedenkingen of inspraakreacties door burgers of bedrijven zijn ingebracht. Bij openbare voorbereidingsprocedures zijn grote aantallen belanghebbenden of geïnteresseerden, dan wel kunnen aan het bestuur onbekende belanghebbenden betrokken zijn. Het ligt dan in de rede dat het bestuursorgaan zelf (weer) besluit. Bij ingrijpende besluiten verplicht de desbetreffende wet vaak tot het voeren van een openbare voorbereidings- of inspraakprocedure. Die procedure is vastgelegd in de afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht of in een gemeentelijke (inspraak)verordening. Afdeling 3.4 is in meer dan 60 formele wetten van toepassing verklaard. Daartoe behoren onder meer: de Wet milieubeheer, Onteigeningswet, Wet ruimtelijke ordening, Wegenwet en Drank- en Horecawet. Het bestuursorgaan kan ook zelf (vrijwillig) kiezen om de openbare voorbereidingsprocedure te volgen. Deze mandaatregeling biedt ook de medewerker de mogelijkheid deze bevoegdheid te benutten. Bij twijfel over de inhoud of gevolgen van het besluit kan worden overwogen om niet direct in mandaat de definitieve beslissing te nemen, maar eerst een conceptbesluit te nemen en de voorbereidingsprocedure te volgen. ad 10 Mandaat bij beslissing op bezwaarschrift De gemandateerde is bevoegd te beslissen op een bezwaarschrift, met inachtneming van het bepaalde in artikel 10:3, lid 3 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit artikel geeft aan dat mandaat niet wordt verleend aan degene die het besluit waartegen het bezwaar zich richt, krachtens mandaat heeft genomen. Daarbij heeft de jurisprudentie bepaald dat het niet aanvaardbaar is een mandaat aan een ambtenaar om te beslissen op een bezwaarschrift gericht tegen een primair besluit dat door het bestuursorgaan zelf is genomen. Verder is het mandaat niet van toepassing bij beslissingen op een bezwaarschrift waarbij afgeweken wordt van het advies van de commissie Bezwaarschriften, of waarbij het bezwaar geheel of gedeeltelijk gegrond wordt verklaard. Dit betekent dat de bezwaren die niet-ontvankelijk of ongegrond worden verklaard, niet meer behandeld behoeven te worden in een collegevergadering. Daardoor wordt het bestuursorgaan en de ambtelijke organisatie ontlast. Een ander groot voordeel is dat de beslistermijn waarbinnen een bezwaarschrift wordt afgedaan, verkort kan worden. Dit is van wezenlijk belang met het oog op wetgeving waarbij het bestuursorgaan bij overschrijding van de termijn kan worden geconfronteerd met een dwangsom of rechtstreeks beroep bij de rechtbank. ad 11 Geen mandaat bij gevoelige besluitvorming Verder is besluitvorming onder mandaat niet toegestaan als het besluit of (rechts)handeling als gevoelig wordt aangemerkt, ook als het gebonden of routinematige besluiten betreft, waarbij nauwelijks keuzevrijheid bestaat. Dit kan blijken uit eerdere ervaringen, reacties van inwoners, de aard van het onderwerp of waarvan wordt vermoed dat de burgemeester of het college van burgemeester en wethouders op het desbetreffende besluit direct zal worden aangesproken. De gemandateerde beoordeelt in het voortraject of een bepaald besluit politiek, bestuurlijk of anderszins gevoelig ligt. Indien de gemandateerde tot dit oordeel komt, bespreekt hij dit met de portefeuillehouder die vervolgens aangeeft of dit besluit moet worden genomen door het bevoegde bestuursorgaan (mandaatgever). De mandaatgever blijft immers bevoegd de gemandateerde bevoegdheid uit te oefenen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel