Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Toeslag alleen staande (ouder)

Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand

1.. De toeslag bedraagt: 20 procent van de gezinsnorm voor een belanghebbende in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft; 10 procent van de gezinsnorm voor een belanghebbende die met één of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft. 2.. Voor toepassing van dit artikel kunnen de noodzakelijke kosten van het bestaan in ieder geval in het geheel niet worden gedeeld met: een inwonend studerend kind dat aanspraak kan maken op studiefinanciering of een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en schoolkosten; een verzorgingsbehoevend gezinslid dat niet als gezinslid wordt aangemerkt zoals bedoeld in artikel 4 lid 5 van de wet. 3.. In afwijking van het eerste lid bedraagt de toeslag voor een alleenstaande van 21 of 22 jaar nul procent (0%).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel