**1..** De toeslag bedraagt:
20 procent van de gezinsnorm voor een belanghebbende in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft;
10 procent van de gezinsnorm voor een belanghebbende die met één of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft.
**2..** Voor toepassing van dit artikel kunnen de noodzakelijke kosten van het bestaan in ieder geval in het geheel niet worden gedeeld met:
een inwonend studerend kind dat aanspraak kan maken op studiefinanciering of een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en schoolkosten;
een verzorgingsbehoevend gezinslid dat niet als gezinslid wordt aangemerkt zoals bedoeld in artikel 4 lid 5 van de wet.
**3..** In afwijking van het eerste lid bedraagt de toeslag voor een alleenstaande van 21 of 22 jaar nul procent (0%).