**1..** De verlaging bedraagt 10 procent van de gezinsnorm voor een gezin dat met één of meer anderen hoofdverblijf in dezelfde woning heeft.
**2..** Voor toepassing van dit artikel kunnen de noodzakelijke kosten van het bestaan in ieder geval in het geheel niet worden gedeeld met:
een inwonend studerend kind dat aanspraak kan maken op studiefinanciering of een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en schoolkosten;
een verzorgingsbehoevend gezinslid dat niet als gezinslid wordt aangemerkt zoals bedoeld in artikel 4 lid 5 van de wet.