Indien niet voor de in artikel 22, vierde en vijfde lid
bedoelde tijdstippen een bouwopdracht is verleend, dan wel
een koop-, huur- of erfpachtovereenkomst is gesloten en een
afschrift daarvan is gezonden aan het college, vervalt de
aanspraak op bekostiging. Ten aanzien van de inhoud van een
bouwopdracht, dan wel koop-, huur- of erfpachtovereenkomst
is het bepaalde in artikel 18, eerste lid van
overeenkomstige toepassing.
De aanspraak op bekostiging kan worden verlengd, indien de
overschrijding van de datum veroorzaakt wordt door
bijzondere omstandigheden, die niet aan de aanvrager zijn
toe te rekenen, en de aanvrager uiterlijk vier weken voor
het verstrijken van deze datum een schriftelijk gemotiveerd
verzoek heeft ingediend bij het college tot verlenging van
de termijn.
Dit verzoek schort het vervallen van de aanspraak op
bekostiging op totdat het college op het verzoek beslist.
Indien het college het verzoek inwilligt, noemt het college
een nieuwe datum waarop de aanspraak op bekostiging vervalt.
Indien het college het verzoek afwijst, geldt de datum van
beslissing op het verzoek als vervaldatum, met dien
verstande dat deze datum niet voor de oorspronkelijke
vervaldatum kan vallen.
Omtrent het niet tijdig inzenden van het afschrift, bedoeld
in artikel 22, vierde lid, is het bepaalde in artikel 18,
eerste lid, met betrekking tot het zenden van bericht aan de
aanvrager van overeenkomstige toepassing.
HOOFDSTUK 1 › Paragraaf 3
Artikel 24
Vervallen aanspraak bekostiging
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Rotterdam 2012