Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1 › Paragraaf 5

Artikel 30

Omschrijving leegstand

Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Rotterdam 2012

Er is sprake van leegstand in een lesgebouw: wanneer het betreft een gebouw ten behoeve van een school voor basisonderwijs of voor (voortgezet) speciaal onderwijs, indien uit de vergelijking van het aantal vierkante meters bruto vloeroppervlakte zoals berekend op basis van bijlage III, deel B en de capaciteit van het gebouw in vierkante meters bruto vloeroppervlakte zoals vastgesteld op basis van bijlage III, deel A, blijkt dat er ten minste een aantal vierkante meters bruto vloeroppervlakte ter grootte van de in bijlage III, deel C genoemde drempelwaarde niet nodig is voor de daar gevestigde school of scholen; wanneer het betreft een gebouw van een school voor voortgezet onderwijs, indien uit de vergelijking van de ruimtebehoefte zoals berekend op basis van bijlage III, deel B en de capaciteit van het gebouw zoals vastgesteld op basis van bijlage III, deel A blijkt dat er een overschot is aan vierkante meters bruto vloeroppervlakte tenzij het bevoegd gezag op basis van het lesrooster of de lesroosters voor het lopende of eerstkomende schooljaar aantoont dat er binnen het overschot aan vierkante meters bruto vloeroppervlakte geen sprake is van onderbenutting van de onderwijsruimten. Voor een zelfstandige school voor praktijkonderwijs (niet zijnde een afdeling voor praktijkonderwijs) is het bepaalde onder a van toepassing. Er is sprake van leegstand in een gymnastiekruimte: wanneer het een gebouw betreft dat wordt gebruikt door een of meer scholen voor basisonderwijs of voor (voortgezet) speciaal onderwijs, indien de som van het aantal klokuren gebruik dat door het college wordt vergoed minder is dan 40 klokuren; wanneer het betreft een gebouw dat gebruikt wordt door een school voor voortgezet onderwijs, indien uit de berekening op basis van bijlage III, deel B, blijkt dat de benutting van het gebouw lager is dan 33 klokuur. In bijzondere gevallen kan het college, na overleg met het betrokken bevoegd gezag, het aantal klokuur genoemd in de vorige volzin hoger vaststellen. In dat geval wordt het aantal klokuur niet hoger vastgesteld dan op 40 klokuren; wanneer het een gebouw betreft dat gebruikt wordt door een of meer scholen voor basisonderwijs, voor (voortgezet) speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs, indien de som van de berekeningswijzen genoemd onder a en b een aantal klokuren lager dan 40 oplevert.

Rechtspraak bij dit artikel