Het college gaat niet over tot vordering, indien de
leegstand, berekend overeenkomstig artikel 30, wordt
gebruikt voor activiteiten die wenselijk zijn het
kader van het Rotterdamse onderwijsbeleid, zoals dat
door de raad dan wel door het college is
vastgesteld, en voor dat gebruik toestemming is
verleend.
Indien er zich in meerdere gebouwen leegstand
voordoet wordt: a. als eerste leegstand gevorderd in
het gebouw dat qua beschikbare ruimte het beste aansluit op de
huisvestingsbehoefte;
vervolgens leegstand gevorderd in het gebouw dat in
gebruik is bij een school van hetzelfde bevoegd
gezag, tenzij uit oogpunt van doelmatigheid het
vorderen van leegstand in een ander gebouw een
betere oplossing biedt;
vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw
waarin een school van dezelfde richting is
gehuisvest en
vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw dat
het dichtst gelegen is bij het hoofdgebouw van de
school ten behoeve waarvan de vordering
plaatsvindt.
Het college kan, indien de bij de vordering
betrokken bevoegde gezagsorganen daarmee instemmen,
in een individueel geval van de in het tweede lid
opgenomen volgorde afwijken.
HOOFDSTUK 1 › Paragraaf 5
Artikel 31
Nalaten vordering; volgorde van vorderen
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Rotterdam 2012