Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1 › Paragraaf 5

Artikel 31

Nalaten vordering; volgorde van vorderen

Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Rotterdam 2012

Het college gaat niet over tot vordering, indien de leegstand, berekend overeenkomstig artikel 30, wordt gebruikt voor activiteiten die wenselijk zijn het kader van het Rotterdamse onderwijsbeleid, zoals dat door de raad dan wel door het college is vastgesteld, en voor dat gebruik toestemming is verleend. Indien er zich in meerdere gebouwen leegstand voordoet wordt: a. als eerste leegstand gevorderd in het gebouw dat qua beschikbare ruimte het beste aansluit op de huisvestingsbehoefte; vervolgens leegstand gevorderd in het gebouw dat in gebruik is bij een school van hetzelfde bevoegd gezag, tenzij uit oogpunt van doelmatigheid het vorderen van leegstand in een ander gebouw een betere oplossing biedt; vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw waarin een school van dezelfde richting is gehuisvest en vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw dat het dichtst gelegen is bij het hoofdgebouw van de school ten behoeve waarvan de vordering plaatsvindt. Het college kan, indien de bij de vordering betrokken bevoegde gezagsorganen daarmee instemmen, in een individueel geval van de in het tweede lid opgenomen volgorde afwijken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel