Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1 › Paragraaf 6

Artikel 37

Tijdstip aanvang en beëindiging gebruik; staat van onderhoud

Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Rotterdam 2012

1.. Voordat een (gedeelte van een) gebouw en terrein in gebruik wordt genomen wordt in opdracht van het college na overleg met het bevoegd gezag de staat van onderhoud opgemaakt. 2.. Nadat het bevoegd gezag een (gedeelte van een) gebouw of terrein niet meer nodig heeft voor de huisvesting van een school, wordt het gebruik ervan zo spoedig mogelijk beëindigd, doch uiterlijk op de datum genoemd in de door het college en het bevoegd gezag ondertekende gezamenlijke akte of de datum zoals vastgesteld door gedeputeerde staten bij de beslissing inzake een geschil over de totstandkoming van een gezamenlijke akte. 3.. Indien er, naar het oordeel van het college, mogelijk sprake is van achterstallig onderhoud aan het gebouw of terrein bedoeld in het eerste lid, dat tot de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag behoort, wordt, voordat de eigendomsoverdracht plaats vindt, een staat van onderhoud opgemaakt. 4.. De staat van onderhoud wordt opgemaakt in opdracht van het college na overleg met het bevoegd gezag. 5.. Over de staat van onderhoud wordt overleg gevoerd met het bevoegd gezag. In dat overleg wordt, indien van toepassing, vastgesteld welk deel van het onderhoud alsnog door het bevoegd gezag wordt uitgevoerd of welk bedrag in plaats daarvan aan het college betaald wordt. Indien het overleg niet tot overeenstemming leidt, stellen partijen vast welke handelwijze gevolgd wordt. 6.. Het opmaken van een staat van onderhoud blijft achterwege indien dit naar het oordeel van het college niet nodig is. 7.. Alle investeringen die een bevoegd gezag met voorafgegeven schriftelijke toestemming van het college met eigen middelen in het gebouw worden geïnventariseerd. 8.. Uiterlijk drie maanden voor de lege oplevering van het schoolgebouw en / of – terrein wordt door het bevoegd gezag schriftelijk mededeling aan het college gedaan van de datum en het tijdstip waarop de oplevering en de feitelijke overdracht zal plaatsvinden, alsmede van de natuurlijke persoon die hierbij namens het bevoegd gezag zal optreden. 9.. Uiterlijk twee maanden voor het tijdstip waarop de overdracht zal plaatsvinden, wordt door het bevoegd gezag van de school en het college in gezamenlijk overleg de akte, als bedoeld in het eerste lid, vastgesteld en ondertekend. Indien er sprake is van een situatie als bedoeld in het tweede lid, wordt op hetzelfde moment tevens de staat onderhoud, als bedoeld in het derde lid opgemaakt. Indien er sprake is van eigen investeringen door het bevoegd gezag als bedoeld in het zevende lid, wordt hiervoor een afrekening opgesteld. 10.. Het bevoegd gezag en het college kunnen vooraf overeenkomen dat het bepaalde in lid 7 tot en met 8 niet van toepassing is. 11.. Op het moment dat het bevoegd gezag het onderwijsgebruik beëindigt van zogenaamde eigendomsscholen als bedoeld in artikel 205 van de Lager-onderwijswet 1920 en als bedoeld in artikel 126 van de Kleuteronderwijswet gelden de bepalingen die zijn vastgelegd in het Besluit oude eigendoms- en huurscholen WPO.

Rechtspraak bij dit artikel