1.Een bevoegd gezag verstrekt jaarlijks uiterlijk 31 januari
voorafgaande aan het volgende schooljaar een opgave van de voor dat
schooljaar voor de school gewenste onderwijsgebruik van een
gymnastiekruimte. De aanvraag kan met ingang van 1 januari 2012
uitsluitend elektronisch geschieden via het onderwijsloket
(www.onderwijsloket.nl) zoals bedoeld in artikel 2:15 Algemene Wet
Bestuursrecht. Een aanvraag wordt ingediend door het bevoegd gezag
en dient ondertekend te worden met een elektronische handtekening,
zoals bedoeld in artikel 2:16 van de Algemene Wet Bestuursrecht, dan
wel op een andere door het college toegestane wijze van
elektronische indiening waarbij geen twijfel bestaat over de
authenticiteit van de aanvraag.
Deze opgave bevat de volgende gegevens:
de gewenste omvang van het onderwijsgebruik uitgedrukt in
een aantal klokuren;
de aanduiding van de gymnastiekruimte of -ruimten waarin het
gebruik wordt gewenst;
de tijden waarop het onderwijsgebruik gedurende een
schoolweek wordt gewenst. Op de aanvraag is artikel 20,
tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
De jaarlijkse opgave van het gewenste onderwijsgebruik van
een gymnastiekruimte als bedoeld in het eerste lid wordt
beschouwd als een aanvraag in de zin van artikel 19, met
dien verstande dat op de afhandeling van een dergelijke
aanvraag het bepaalde in dit artikel van toepassing is.
Het college stelt jaarlijks voor 1 mei voorafgaande aan het
daaropvolgende schooljaar op basis van de ingediende opgaven
een voorstel tot inroostering vast van het onderwijsgebruik
door scholen voor basisonderwijs en (voortgezet) speciaal
onderwijs van de op het grondgebied van de gemeente gelegen
gymnastiekruimten. Hiertoe wordt het gewenste
onderwijsgebruik afgezet tegen de beschikbare capaciteit van
de gymnastiekruimten, waarbij wordt uitgegaan van een
capaciteit van 26 klokuren per week per
gymnastiekruimte.
Het college neemt bij de vaststelling van het voorstel tot
inroostering het volgende in acht:
de afstanden in relatie tot de omvang van het
onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte, zoals opgenomen
in bijlage I, deel B;
het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand
gehouden school dat eigenaar is van een gymnastiekruimte
wordt voor de betreffende school het eerste ingeroosterd
voor die gymnastiekruimte;
het gymnastiekonderwijs van een school wordt zoveel mogelijk
ingeroosterd in één gymnastiekruimte.
Het voorstel tot inroostering vermeldt per school de
volgende gegevens:
het aantal klokuren waarvoor de school wordt ingeroosterd in
een gymnastiekruimte;
de aanduiding van de gymnastiekruimte waarin en de tijden
gedurende welke het onderwijsgebruik plaatsvindt;
een nadere onderverdeling van het aantal klokuren per
gymnastiekruimte wanneer het gebruik in meer dan één
gymnastiekruimte plaatsvindt;
voor zover het gewenste aantal klokuren hoger is dan het
aantal klokuren dat ingevolge de beleidsregel bekostiging
gymnastiekruimte voor basisonderwijs en (voortgezet)
speciaal onderwijs voor bekostiging door de gemeente in
aanmerking komt, wordt vermeld hoeveel klokuren voor
rekening komen van het bevoegd gezag van de school.
Het college neemt het aantal klokuren als bedoeld in dit lid onder d
slechts op in het voorstel tot inroostering voor zover daarvoor nog
capaciteit beschikbaar is, nadat rekening is gehouden met het totale
klokuurgebruik dat voor bekostiging door de gemeente in aanmerking
komt.
Het voorstel tot inroostering wordt door het college binnen
twee weken na vaststelling toegezonden aan de bevoegde
gezagsorganen voor basisonderwijs en (voortgezet) speciaal
onderwijs. De bevoegde gezagsorganen worden daarbij
uitgenodigd voor een overleg over het voorstel. Dit overleg
vindt plaats binnen twee weken na toezending van het
voorstel. In het overleg worden de vertegenwoordigers van de
bevoegde gezagsorganen in de gelegenheid gesteld te reageren
op het voorstel tot inroostering.
Met inachtneming van de reacties van de bevoegde
gezagsorganen stelt het college voor 21 juni volgend op de
genoemde datum in het derde lid, de definitieve inroostering
vast van het gebruik van de gymnastiekruimte voor het
volgende schooljaar. Indien het college daarbij afwijkt van
een of meer in het overleg als bedoeld in het zesde lid naar
voren gebrachte reacties, dan wordt dit gemotiveerd.
Binnen twee weken na vaststelling van de inroostering
ontvangen de betreffende bevoegde gezagsorganen een
schriftelijke mededeling van het college over de
inroostering in de beschikbare gymnastiekruimten van de
onder hun bevoegd gezag staande school of scholen voor het
volgende schooljaar. Deze mededeling is te beschouwen als
een beslissing in de zin van artikel 22 en, indien van
toepassing, een beslissing in de zin van artikel 32, vierde
lid.
HOOFDSTUK 1 › Paragraaf 7
Artikel 38
Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare capaciteit; inroostering gebruik voor een school voor basisonderwijs en een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs.
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Rotterdam 2012