1.
Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan aldaar een voertuig te parkeren of geparkeerd te houden:
a.
zonder geldige vergunning;
b.
zonder dat het voertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van de vergunning;
c.
in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften.
2.
Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.
Hoofdstuk 5. › Afdeling 1.
Artikel 5.12
f Parkeerverbod voertuigen (z)
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening (Zaanstad, APV)